De "Code of points" 2001

 

Vanaf 1ste januari 2001 is een nieuwe "code of points" geldig. Hier is een kort overzicht van de belangrijkste verschillen tegenover het oud reglement.

Alleen de 12 besten na de competities 1 en 2 kunnen aan wedstrijd 3 (gecombineerde oefening) deelnemen.
De balans en tempo finalen starten van 0, de punten uit de eliminatie wedstrijden worden niet overdragen naar de finalen. Zijn er 12 of meer deelnemende paren/groepen bij een discipline dan gaan de 8 besten naar de finalen, anders gaan de 6 besten.

"One piece full length suits" zijn toegelaten.
De 5 minuten opwarming op de wedstrijdvloer is niet meer een recht. De opwarming gebeurt in een analoge omgeving.
Markering op de wedstrijdvloer is niet meer toegestaan.

Alle oefeningen duren maximaal 2 minuten 30 seconden. Er is geen 3 seconden tolerantie meer.

De jury panel bestaat uit :

De moeilijkheid juryleden berekenen de moeilijkheidswaarde die niet beperkt is.
De techniche juryleden beoordelen de uitvoering van de oefeningen op 10.0 tot op 0.1.
De artistische juryleden geven hun nota op 5.0 tot op 0.1 voor artistiek, synchronie, muziek en presentatie.
De CJP geeft een penalty mark voor:

De totaal score = de moeilijkheidswaarde + de gemiddelde van de technishe punten van de technische juryleden + de gemiddelde van de artistische punten van de artistische juryleden - de penalty mark.

De minimale moeilijkheid bij de juniors en voor competities 1 en 2 bij de seniors is 20. Voor de finalen (competities 3,4 en 5) bij de seniors is zij 40. Is de moeilijkheid van een oefening kleiner, dan is de moeilijkheidswaarde = 0 .
Heralingen tellen niet voor de moeilijkheid, ook niet voor de speciale vereisten.
Statische elementen van dezelfde categorie maar op verschillende steun posities zijn verschillende delen.
Op de wedstrijdbladen moeten de mogelijke alternativen getekend worden. Alleen de elementen die uitgevoerd zijn EN op de wedstrijdblad staan tellen voor de moeilijkheid.
De moeilijkheidswaarde van alle individuele elementen worden opgeteld en gemiddeld door het aantal partners met afronding naar het dichste geheel getal. De totale waarde van de individuele delen is niet meer beperkt.

De technisch uitvoering van individuele delen is apart voor elk partner beoordeeld.

Alle paar/groep statische balansdelen moeten 3 seconden gehoudt worden.
Individuele balansdelen moeten 2 seconden gehoudt worden.
De eindhouding van een "motion" en/of transitie moet één second gehoudt worden.
Alle balanscombinaties met beweging(en) (motion) en/of transistie(s) moeten met een statisch, 3'' gehoudt, element eindigen.

Speciale vereisten :

De meeste veranderingen betreffen de individuele delen. Voor de Balans oefening zijn 3 categorie 1 delen uitzonderd choreografie vereist. Voor de tempo oefening zijn 3 elementen van categorie 2 uitzonderd choreografie vereist, minstens één van de drie moet een salto zijn. In de combinatie oefening is men verplicht 2 elementen van categorie 1 en 2 van categorie 2 uit te voeren. Deze moeten geen choreografische delen zijn en een salto van categorie 1 of 2 is verplicht. De choreografische delen kunnen voor extra moeilijkheid gebruikt worden na dat de speciale vereisten voldoen zijn.
Voor de balans oefening bij de meisje drie zijn alle pyramiden binnen vijf categoriëen verdeeld. De twee vereiste pyramide moeten uit twee verschillende categoriëen gekozen worden.
In de balans en tempo finalen moet een paar/groep element verschillend als deze van de eliminatie wedstrijd zijn. In de combinatie oefening moet één balans deel en één tempo deel verschillend als deze van de eliminatie wedstrijd zijn.

 

Kijjk naar de 2002 bladzijde om de aanpassingen die vanaf 1. january 2002 geldig zijn te lesen.

Copyright © 2001 by Valère Binet


Terug